1.4 Wig­hoek

De hoek van de punt van de beitel, de vouw, noemen we de wighoek. Als een steekbeitel te scherp geslepen is, dus met een kleine wighoek, zal deze veel sneller bot worden dan wanneer we de wighoek groter houden.

Kleine wighoek.
Kleine wighoek.

Als we de wighoek groter maken heb je meer kracht nodig deze in het hout te drijven. De hardheid van het hout en de hardheid van de snijkant bepalen de keuze voor de wighoek. Over het algemeen geldt: hoe harder het hout, hoe stomper de wighoek. Als je een stomp geslepen beitel gebruikt bij zacht hout, zal het resultaat zijn dat de vezels in elkaar gedrukt worden in plaats van doorgesneden.

Grote wighoek.
Grote wighoek.

Bij een steekbeitel wordt de scherpte van de beitel bepaald door de wighoek, omdat we de beitel in de lengterichting in het hout drijven. Als we deze beitel zouden monteren in een blokschaaf, dan wordt de scherpte van de beitel bepaald door de hoek van de beitel ten opzichte van het hout, de spaanhoek dus. Hetzelfde geldt voor een beitel gemonteerd in een beitelblok.

Ook bij de snijgereedschappen die op machines gebruikt worden, komen we dezelfde spaanhoek, wighoek en vrijloophoek tegen. Hieronder is een detail van een beitel in een schaafblok afgebeeld waarin de beschreven hoeken zijn aangegeven. De functie van de hoeken is dezelfde als bij een steekbeitel.

Hoeken in een beitelblok.
Hoeken in een beitelblok.

De grootte van de wighoek wordt voor een groot deel bepaald door de hardheid van het snijmateriaal.

HS/HL

kleine (scherpe) wighoek

30 – 45°

ST

iets grotere wighoek

40 – 50°

HW

grote (stompe) wighoek

45 – 55°

DP

zeer grote wighoek

60 – 75°

Hoe harder het snijmateriaal hoe groter de spaanhoek.
Hoe harder het snijmateriaal hoe groter de spaanhoek.