4.5 Vloer­con­struc­ties

Een vloerelement bestaat uit houten balken met kopbalken, die met nagels in kops hout aan de vloerbalken zijn bevestigd. Het vloerelement is aan de bovenzijde beplaat met een vloerplaat (OSB, triplex of spaanplaat).

Tussen de balken worden balklaagverstijvingen in de vorm van klossen of andreaskruisen toegepast om de trillingsgevoeligheid te verkleinen. De vloeren worden opgelegd op de dragende (binnen- en buiten)wanden of op onderslagbalken voor zover er plaatselijk geen dragende wanden beschikbaar zijn.

Vloer met andreaskruisen en een dwarsverstijving voor de randbalk.
Vloer met andreaskruisen en een dwarsverstijving voor de randbalk.

Men kiest de overspanningsrichting van de vloerbalken en dus de plaats van dragende wanden en onderslagen zodanig dat:

  • de overspanning van de vloerbalken zo klein mogelijk is;
  • de vloer op zo efficiënt mogelijke manier opgebouwd wordt uit prefab vloerelementen;
  • de grote leidingen (luchtkanalen en riolering) zoveel mogelijk evenwijdig aan de vloerbalken komen te liggen.

Ribpanelen, I-liggers en hogebalkenvloer

Wanneer grotere vrije overspanningen moeten worden gerealiseerd, voldoen vloerbalken van gezaagd hout niet. In dat geval past men samengestelde profielen (I-liggers, ribpanelen) of hoge balken van gelamineerd hout of gelamineerd fineerhout (LVL) toe.

Verschillende vloersystemen:
 a. rijpaneel, 
b. I-ligger, c. hoge balkenvloer.
Verschillende vloersystemen:
 a. rijpaneel, 
b. I-ligger, c. hoge balkenvloer.
  • Bij ribpanelen zijn dunne flenzen van plaatmateriaal op de balken (lijven) gelijmd.
  • Bij I-liggers is een dun lijf van plaatmateriaal gelijmd aan flenzen van hout. Het voordeel is, dat met deze fabrieksmatig vervaardigde liggers veel grotere balkhoogtes mogelijk zijn dan met standaard balkhout.
  • De hogebalkenvloer maakt het mogelijk een grotere vrije overspanning te realiseren dan met standaard balkhout. De hogebalkenvloer bestaat uit vloerbalken van gelamineerd hout of LVL.

Deze materialen zijn niet beperkt qua balkhoogte. De hogebalkenvloer maakt naast een grotere vrije overspanning ook grotere opneembare belastingen mogelijk.

Vloeren van massief hout

Met massief houten vloeren is het mogelijk om met een kleinere constructiehoogte grotere vrije overspanningen te realiseren. De vloer bestaat uit plaatvormige elementen van massief hout. Daarbij zijn er twee systemen:

  • met mechanische verbindingsmiddelen (nagels, deuvels, schroeven) samengestelde lamellen (lamellen op z’n kant) of
  • met gelijmde lamellen (platte lamellen, kruislings op elkaar gelijmd).
Vloeren van massief hout: 
a. kruislings gelijmde horizontale lamellen
, b. met mechanische verbindingsmiddelen samengevoegde verticale lamellen.
Vloeren van massief hout: 
a. kruislings gelijmde horizontale lamellen
, b. met mechanische verbindingsmiddelen samengevoegde verticale lamellen.

In onderstaande tekening zijn drie andere voorbeelden van massief houten vloeren weergegeven.

Andere voorbeelden van massief houten vloeren.
Andere voorbeelden van massief houten vloeren.

Wanden op de vloer

Als de wand evenwijdig aan de vloerbalken loopt, dan moet men ten minste één balk onder de wand toepassen. Wanneer lichte, niet-dragende wanden haaks op de overspanningsrichting staan, dan zijn geen extra maatrgelen nodig.

Balklagen voor balkons en dakterrassen

De opbouw van de dakterrasvloer is vergelijkbaar met de platdakconstructie: een balklaag met vloerplaat en daarop isolatie (warm dak) en dakbedekking. Op de dakbedekking zijn vervolgens drainagetegels, rubbertegels of houten vlonders aangebracht. Als dezelfde balkhoogte als voor de aansluitende verdiepingsvloeren wordt aangehouden, ontstaat een hoogteverschil van binnen naar buiten. Om het hoogteverschil zo beperkt mogelijk te houden, kan men een kleinere balkhoogte kiezen met een aanzienlijk kleinere balkafstand. Eventueel kan worden gekozen voor massief hout.

Ravelingen

Bij doorbrekingen van de vloerconstructie (trappen, vides, schoorstenen, leidingschachten) zijn ravelingen nodig om de krachten om te leiden. De inhang- en raveelbalk bestaan in het algemeen uit een dubbele of meervoudige vloerbalk. Bij grotere overspanningen is een stalen of gelamineerde randbalk nodig.

Ravelingen: a. meerdere vloerbalken naast elkaar, b. gelamineerde ligger, c. stalen HE-profiel.
Ravelingen: a. meerdere vloerbalken naast elkaar, b. gelamineerde ligger, c. stalen HE-profiel.

Balustrades

Belangrijk is de verbinding van de balustrades aan de vloerrand. In het algemeen zijn hier stalen hoekankers nodig die met houtdraadbouten of bouten (door en door) aan de vloer worden bevestigd. In de vloer dienen voorzieningen te zijn opgenomen voor de bevestiging van de houtdraadbouten of bouten, zoals klossen of extra balken. De klossen of extra balken moeten voldoende breed (bijvoorbeeld 70 of 95 mm) zijn in verband met de randafstanden van de houtdraadbouten.

Bevestiging balustrade aan de vloerrand.
Bevestiging balustrade aan de vloerrand.
Bevestiging balustrade aan bovenzijde dakterras.
Bevestiging balustrade aan bovenzijde dakterras.

Onderslagbalken

Omdat houten vloerbalken van handelsafmetingen beperkte overspanningsmogelijkheden hebben van 4 à 4,5 m, kan er gebruikgemaakt worden van onderslagbalken voor het overspannen van grotere ruimten.

Een meervoudige kopbalk kan als onderslag worden toegepast, als de overspanningen zowel van het vloerveld als van de meervoudige balk niet te groot zijn (max. 2,5 à 3 m). In overige situaties wordt een stalen ligger of een gelamineerde ligger toegepast.

Als een stalen onderslagbalk wordt toegepast die in het vloerpakket is weggewerkt, zorgt het plafond van gipsplaat voor een deel van de vereiste brandwerendheid op bezwijken. Voor het bereiken van de volledige brandwerendheid (60 of 90 minuten BOB) van de stalen ligger, moet onder de ligger een extra strook gipsplaat worden aangebracht.

Vloerbalken, doorgaand over drie steunpunten. De gelamineerde onderslagbalk vormt het tussensteunpunt.
Vloerbalken, doorgaand over drie steunpunten. De gelamineerde onderslagbalk vormt het tussensteunpunt.

De gelamineerde onderslag heeft in het algemeen een grotere balkhoogte dan de vloerbalken en zal gedeeltelijk of geheel onder het vloerpakket uitsteken en blijft dus in het zicht. Als de vloerconstructie een brandwerendheid van 60 of 90 minuten op bezwijken (BOB) dient te hebben, dan is al gauw een relatief grote liggerbreedte noodzakelijk.

Vloerplaten

De vloerelementen zijn aan de bovenzijde beplaat met een houtachtig plaatmateriaal, zoals naaldhout-triplex, OSB/3 of spaanplaat P5. De platen worden met de lange zijde haaks over de vloerbalken geplaatst. De lengterichting van de plaat (= vezelrichting) komt overeen met de sterke richting (buigsterkte, buigstijfheid) van de plaat, voor zover het triplex en OSB betreft.

De vloerplaat zorgt enerzijds voor de benodigde schijfwerking van de vloer (stabiliteit) en moet anderzijds de erop rustende verticale belastingen kunnen dragen.

Balkafstand (mm)

610

488

407

Fins vuren triplex

18 mm

18 mm

18 mm

OSB/3

22 mm

22 mm

18 mm

Spaanplaat P5

25 mm

25 mm

25 mm

Benodigde plaatdikte voor vloerplaten in standaard eengezinswoningen.